Geschiedenis

Zo oud als de mens is, zo oud is de goochelkunst. Het levende bewijs daarvan is de bekende truc van de bekers met de balletjes (balletje-balletje). Gevonden op tekeningen van honderden jaren voor onze jaartelling en nu nog steeds te zien in het hedendaagse straatbeeld. De mens blijft gefascineerd door een schouwspel waarin het onmogelijke toch blijkt te kunnen. Terwijl je tegelijkertijd weet dat het slechts een illusie is.

Toen
In de oudheid maakte men in veel culturen gebruik van zogenaamde magiërs die onbekende krachten bezaten. In de middeleeuwen raakten de goochelaars door de invloed van de kerk naar de achtergrond. De angst voor het onbekende moest volgens de priesters wel “duivels” zijn en dus uitgeroeid. Wel traden goochelaars nog op voor edelen en in paleizen.

2decf24e5eeb84ac85b23c4377295614_L

In de achttiende eeuw ontstond de goochelkunst zoals wij die nu kennen. Toen nog op straat. Die heeft tegenwoordig veelal plaats gemaakt voor het podium in de theaters. Het aanbod varieert van eenvoudige kaarttrucs tot spetterende ontsnappingsacts (Houdini). Nog steeds gebruikt men hulpmiddelen als kaarten, touw, vuur en levende have zoals konijnen en duiven.

Nederland
In Nederland zijn er tientallen goochelverenigingen actief. Hun overkoepelende organisatie heet Nederlandse Magische Unie, oftewel NMU. Deze organiseert naast congressen ook het Nederlands kampioenschap goochelen.

”Het aanleren of kopen van goocheltrucs is aan strenge voorwaarden gebonden. Geheimhouding is de belangrijkste.”

We kennen natuurlijk allemaal onze beroemde goochelaars als Hans Kazan en Hans Klok. Daarnaast heeft Nederland ook diverse wereldkampioenen voortgebracht zoals Richard Ross en Scott Magician & Muriel.

Voorstellingen worden tegenwoordig gecombineerd met clownacts of illusionisme. Met name technische ontwikkelingen maken het mogelijk een truc tot een waar spektakelstuk om te toveren.